Komt er felle verlichting bij de tunnelinrit en een rij bomen langs de weg, of juist niet? Bij de aanleg van het nieuwe tracé wordt hier goed over nagedacht. Opvallend is dat beide kanten van de tunnel totaal anders worden.
“De nieuwe weg, knooppunten en tunnel moeten in de toekomst goed in het omringende landschap passen. Dit heet landschappelijke inpassing”, vertelt Marius Vrijlandt van Dienst Landelijk Gebied. Hij heeft zich samen met architect Lilian Bos en ecoloog Marianne Lundahl van Dienst Landelijk Gebied gebogen over het uiterlijk van het nieuwe tracé. “Om te bepalen wat bij het landschap past, bestuderen we de totale omgeving. We kijken dus verder dan de weg en de berm. Bovendien hebben we niet alleen oog voor het huidige landschap, maar ook voor de ontstaansgeschiedenis en de toekomstplannen.”
Open polderlandschap in het westen
Volgens Lilian en Marius zijn beide kanten van het kanaal totaal verschillend. De westkant heeft een landelijke sfeer, terwijl de oostkant meer stedelijk is en dit in de toekomst nog meer wordt. In de ontwerpen is daarmee rekening gehouden. Marius: “In het westen komt op sommige plekken bijvoorbeeld extra beplanting. Op andere plaatsen in dit gebied planten we juist niets om het open polderlandschap, dat karakteristiek is voor Zeeuws-Vlaanderen, te behouden.” Lilian vult aan: “De landelijke sfeer zie je ook terug in de architectuur van de viaducten en de tunnelingang. Zo laten we in het westen het landschap doorlopen over het tunneldak. Dit brengt de flora en fauna van de polders aan beide kanten van de weg bij elkaar.”
Tachtigjarige Oorlog
“Er komt waarschijnlijk ook water bij het nieuwe knooppunt aan de westkant”, vertelt Marius. “Dat past daar prima, want in dit gebied lag vroeger de Braakman. Dat was een open zeearm van de Westerschelde. De dijken langs de Braakman hielden het water tegen en zijn in de Tachtigjarige Oorlog gebruikt als verdedigingsdijken.
Deze dijken vormen een onderdeel van de Staats-Spaanse linies. Het is dus zowel landschappelijk als cultuurhistorisch gezien een waardevol gebied. De dijken willen we in het landschap accentueren. Bijvoorbeeld door er rijen bomen op te planten, waardoor de dijken meer opvallen. Zo maken we een stukje uit het verleden weer zichtbaar.”
Robuuste oostkant
Het tracé en de omgeving krijgen aan de oostkant een stedelijk karakter. Lilian: “Het wordt als het ware de ‘Poort van Terneuzen’. De vormgeving wordt industrieel en dynamisch. Aan deze kant zijn felle verlichting en harde kleuren op zijn plaats. De architectuur mag ook dominant aanwezig zijn. Denk aan een massale en opvallende tunnel-inrit. Verder blijven de kantoorgebouwen langs de kant van de weg goed zichtbaar.”
Zoek de verschillen
Toch worden de west- en oostkant van het tracé niet helemaal verschillend. Zo zullen de bebording, de belijning en het type asfalt hetzelfde zijn. “De kans is groot dat het nieuwe tracé straks bekend voorkomt bij weggebruikers. Sommige onderdelen zijn hetzelfde als die van de Westerscheldetunnel”, legt Lilian uit. “Zo zien mensen aan de weg dat ze de N62 volgen. Een navigatiesysteem wordt zo bijna overbodig!”