Water

De zeehavens van Gent en Terneuzen zijn van groot economisch belang. Ze verzorgen de overslag van goederenstromen naar het achterland en zijn vestigingslocatie van bedrijven die werkgelegenheid bieden aan tienduizenden werknemers. Dit belang beperkt zich niet tot de havengebieden, maar strekt uit over de gehele Kanaalzone aan de Nederlandse en Vlaamse kant. Het Kanaal van Gent naar Terneuzen is een hoofdvaarweg voor de scheepvaart. In Sas van Gent komt het kanaal Nederland binnen en mondt bij Terneuzen uit in de Westerschelde. Het kanaal is 32 kilometer lang, waarvan 16,6 kilometer door Nederland loopt, ongeveer 200 meter breed en toegankelijk voor schepen tot 125.000 ton.

Er zijn plannen voor meerdere aanpassingen van de infrastructuur rond het kanaal. De Gentse haven wenst een extra grote sluis in Terneuzen, ook andere partijen zien het belang hiervan. Op dit moment zijn er in Terneuzen drie sluizen, waarvan er één geschikt is voor de (grotere) zeescheepvaart. Het vervoer over water en zeker in de binnenvaart is de afgelopen tien jaar aanzienlijk gestegen. Voor de toekomst is een grote zeesluis dus noodzakelijk. Daarnaast wil de Gentse haven ook een dieper kanaal, zodat grotere schepen door het kanaal kunnen gaan varen. De diepte van de Sluiskiltunnel houdt rekening met een eventuele verdieping in de toekomst.